Ga naar de startpagina
EUIPO
Bescherm uw merken, tekeningen en modellen in de Europese Unie.

Bescherm uw intellectuele eigendom in de Europese Unie

Menu

Aantekeningen

Een aantekening is een vermelding in het EUIPO-register, de databank met gegevens over alle merken en modellen die EUIPO bijhoudt, en houdt een wijziging in van bepaalde informatie die hierin is opgenomen.

Aantekeningen kunnen worden ingediend met behulp van de hieronder getoonde onlineformulieren. Klik op de desbetreffende link voor meer informatie over de afzonderlijke formulieren. Alleen de in artikel 111 van de Uniemerkenverordening (UMV) en artikel 69 van de Gemeenschapsmodellenverordening (GMV) vermelde aantekeningen kunnen in het register van Uniemerken respectievelijk het register van Gemeenschapsmodellen worden opgenomen.

Raadpleeg voor meer informatie onze richtsnoeren voor merken en modellen.

  • Volledige en gedeeltelijke overgang

    Een volledige overgang is de eigendomsovergang van een aanvraag voor of een inschrijving van een merk van de Europese Unie (Uniemerk) of Gemeenschapsmodel. Een gedeeltelijke overgang behelst de overgang van een deel van de waren en/of diensten die betrekking hebben op een Uniemerkaanvraag of -inschrijving. Gedeeltelijke overgang is niet mogelijk voor Gemeenschapsmodellen.

    Voor een aantekening van overgang hoeven geen bewijsstukken te worden aangeleverd (bv. een akte van toekenning) als de vertegenwoordiger die het verzoek heeft ondertekend het vakje Vertegenwoordiger voor beide partijen aanvinkt. De vertegenwoordiger mag alleen namens beide partijen ondertekenen als hij/zij in onze databank is ingeschreven als vertegenwoordiger die door de oorspronkelijke houder is aangewezen en ook door de nieuwe houder/begunstigde als vertegenwoordiger is aangewezen.

    In alle andere gevallen moet de aanvraag tot aantekening vergezeld gaan van een door beide partijen ondertekende verklaring, bewijs van de overgang, enz.

    Verzoeken tot aantekening van een overgang kunnen worden ingediend voor Uniemerken en Gemeenschapsmodellen waarvoor de aanvraag nog loopt. Daarbij zijn dezelfde regels van toepassing.

    Bij het aanvragen van een volledige of gedeeltelijke overdracht zijn de eindbegunstigden van de rechten degenen die door de gebruiker zijn toegevoegd in de rubriek “Cessionaris of rechtverkrijgende” van het onlineformulier. Bijvoorbeeld:

    Een merk heeft twee eigenaren, A en B. Eigenaar A wil zijn rechten aan de toekomstige eigenaar C overdragen, maar eigenaar B wil zijn rechten behouden. De gebruiker moet dan in de rubriek “Cessionaris of rechtverkrijgende” B en C toevoegen.

  • Afsplitsing

    Een merk of een aanvraag voor een merk kan op verzoek van de aanvrager/houder van het merk worden 'afgesplitst'. Afsplitsing van een inschrijving of aanvraag vaneen merk is met name nuttig om een betwist merk voor bepaalde waren en diensten te isoleren en de inschrijving voor de rest van de waren en diensten te behouden. Een gedeeltelijke overgang, die een wijziging van eigendom met zich brengt, is vrij van taksen. Op een verzoek tot afsplitsing van een Uniemerk waarbij het merk in handen van dezelfde houder blijft, is echter een taks van toepassing.

    Afsplitsing kan niet worden aangevraagd:

    • voordat er een indieningsdatum is toegekend;
    • in een periode van drie maanden na publicatie van de aanvraag voor het Uniemerk;
    • als de waren en diensten het voorwerp zijn van een oppositie- of doorhalingsprocedure.

    Dezelfde voorwaarden zijn van toepassing zolang er een reconventionele vordering tot vervallenverklaring of nietigverklaring voor een rechtbank voor het Uniemerk loopt.

    De af te splitsen waren en diensten moeten duidelijk omschreven worden en er mag geen overlap zijn tussen de waren en diensten die in de oorspronkelijke aanvraag of inschrijving achterblijven en de waren en diensten in de nieuwe aanvra(a)g(en) of inschrijving(en).

  • Anciënniteit/doorhaling van anciënniteit

    De houder van een in een lidstaat ingeschreven ouder merk, met inbegrip van een merk waarvoor krachtens een internationale regeling een inschrijving met rechtsgevolgen in een lidstaat bestaat, die houder van een identiek Uniemerk is voor waren of diensten die gelijk zijn aan of vallen onder de waren of diensten waarvoor het oudere merk is ingeschreven, kan voor het Uniemerk de anciënniteit van het oudere merk inroepen met betrekking tot de lidstaat waarin of waarvoor dit merk is ingeschreven.

    Na inschrijving van het Uniemerk kan de anciënniteit op ieder willekeurig moment worden ingeroepen.

    Er kan alleen anciënniteit worden ingeroepen van een eerdere inschrijving, niet van een eerdere aanvraag. De datum van het oudere merk moet voorafgaan aan de indieningsdatum of, indien van toepassing, de datum van voorrang van het Uniemerk.

    Het oudere recht moet echter nog wel geldig zijn. Een beroep op anciënniteit wordt niet aanvaard als het oudere recht is verlopen. Indien de oudere inschrijving al vervallen is op het moment dat de anciënniteit wordt ingeroepen, is beroep op anciënniteit niet mogelijk, zelfs als de desbetreffende nationale wetgeving op het gebied van merken voorziet in een respijtperiode van zes maanden voor vernieuwing.

    Het is bovendien de verantwoordelijkheid van de aanvrager om ervoor te zorgen dat er aan de vereisten op het gebied van drievoudige gelijkheid (dezelfde houder, hetzelfde merk, dezelfde waren en diensten) wordt voldaan.

    EUIPO onderzoekt doorgaans alleen of de merken gelijk zijn en niet of de houders, waren en/of diensten overeenkomen.

    Overeenkomstig besluit nr. EX-05-5 hoeft de houder geen kopie van de inschrijving in te dienen als EUIPO via de website van het desbetreffende nationale bureau toegang tot de benodigde informatie heeft. Indien er geen kopie van de inschrijving wordt ingediend, zal EUIPO eerst zelf de benodigde informatie op de desbetreffende website opzoeken en de houder alleen om een kopie verzoeken als de informatie daar niet beschikbaar is.

    Overeenkomstig artikel  3 van besluit nr. EX-05-5 moet de kopie van de desbetreffende inschrijving bestaan uit een kopie (een simpele fotokopie volstaat) van de inschrijving of het vernieuwingsbewijs of een uittreksel uit het register, ofwel een uittreksel uit het desbetreffende nationale blad, ofwel een uittreksel of uitdraai uit een officiële databank.

    Doorhaling van anciënniteit

    De houder van een Uniemerk mag te allen tijde uit eigen beweging verzoeken om het beroep op anciënniteit in het register door te halen.

    Beroepen op anciënniteit kunnen ook worden doorgehaald door een beslissing van een nationale rechtbank (zie Richtlijn 2008/95/EG).

    De doorhaling van het beroep op anciënniteit zal in het Uniemerkenbulletin worden gepubliceerd. In artikel 111, lid 3, UMV wordt bepaald dat de doorhaling van de anciënniteit in het register wordt opgenomen met de in artikel 111, lid 2, UMV bedoelde gegevens.

  • Zakelijke rechten/doorhaling van zakelijke rechten

    Een zakelijk recht of 'reëel recht' is een beperkt eigendomsrecht en een absoluut recht. Een zakelijk recht verwijst naar een rechtshandeling die niet zozeer op specifieke personen als wel op eigendom betrekking heeft en de houder van het recht in staat stelt om zich een bepaald object toe te eigenen, het te bezitten of ervan te genieten. Deze rechten kunnen van toepassing zijn op merken of modellen. Ze kunnen onder andere bestaan uit gebruiksrechten, vruchtgebruik of pandrechten. ‘Zakelijk’ verschilt van ‘persoonlijk’ recht, dat gericht is op een bepaalde persoon. De meest voorkomende zakelijke rechten voor merken of modellen zijn pand- of zekerheidsrechten

    Andere voorbeelden zijn: DE: Pfand, Hypothek; EN: guarantees, warranties, bails and sureties; ES: prenda, hipoteca; FR: nantissement, gage, hypothèque, garantie, caution; IT: pegno, ipoteca.

    De aanvrager kan twee soorten zakelijke rechten in het dossier of het register laten inschrijven:

    • zakelijke rechten die bedoeld zijn als waarborg voor zekerheidsrechten (panden, bezwaringen, etc.);
    • zakelijke rechten die niet als waarborg bedoeld zijn (bv. vruchtgebruik).

    Daarbij moeten de volgende gegevens worden verstrekt:

    • het inschrijvingsnummer van het Uniemerk of Gemeenschapsmodel in kwestie. Indien het verzoek op meerdere Uniemerken of ingeschreven Gemeenschapsmodellen betrekking heeft, moeten alle nummers worden vermeld;
    • de naam van de houder van rechten, adres en nationaliteit/lidstaat waar hij/zij zijn/haar woonplaats heeft;
    • indien de pandhouder een vertegenwoordiger heeft aangewezen, de naam en het kantooradres van de vertegenwoordiger van de houder van rechten;
    • bewijs van het zakelijke recht. Het zakelijke recht wordt geacht voldoende aangetoond te zijn als het verzoek tot inschrijving ervan vergezeld gaat van een van de volgende bewijsstukken: 1) een door de houder van het Uniemerk of ingeschreven Gemeenschapsmodel ondertekende verklaring waarin hij/zij instemt met de inschrijving van het zakelijke recht; 2) een verzoek dat gezamenlijk door de houder van het Uniemerk of het ingeschreven Gemeenschapsmodel en de pandhouder of alleen door de pandhouder is ingediend en door beide partijen is ondertekend.

    Aanvragen tot aantekening van zakelijke rechten voor Uniemerken of Gemeenschapsmodellen kunnen zelfs in de aanvraagfase worden ingediend. Daarbij zijn dezelfde regels van toepassing.

    Doorhaling van zakelijke rechten
    De inschrijving van een zakelijk recht wordt op verzoek van een belanghebbende partij, dat wil zeggen de aanvrager of de houder van het Uniemerk of de ingeschreven pandhouder, doorgehaald of aangepast. In beide gevallen moeten de volgende gegevens worden verstrekt:

    • het inschrijvingsnummer van het Uniemerk of Gemeenschapsmodel;
    • de bijzonderheden van het recht dat doorgehaald moet worden (deze moeten worden ingediend met het onlineformulier voor aantekeningen);
    • bewijsstukken die aantonen dat het ingeschreven recht niet meer bestaat of een verklaring van de houder van het recht waarin hij/zij met de doorhaling van de aantekening instemt.

    Aanvragen tot aantekening van doorhalingen van zakelijke rechten voor Uniemerken of Gemeenschapsmodellen kunnen zelfs in de aanvraagfase worden ingediend. Daarbij zijn dezelfde regels van toepassing.

  • Wijziging van een merk

    Een aanvraag tot wijziging van het merk, dat wil zeggen van de voorstelling van het merk, moet schriftelijk in een van de vijf talen van EUIPO worden ingediend en is onderworpen aan een taks. De verordeningen bevatten geen bepalingen voor de wijziging van andere onderdelen van de inschrijving van een Uniemerk.

    Artikel 54, lid 2, van de Uniemerkenverordening (UMV) staat alleen onder uiterst beperkte voorwaarden wijziging van de voorstelling van het merk toe, te weten alleen wanneer:

    • het Uniemerk de naam en het adres van de Uniemerkhouder bevat, en
    • dit de elementen zijn die gewijzigd moeten worden, en
    • de wijziging de identiteit van het merk zoals oorspronkelijk ingeschreven, niet wezenlijk beïnvloedt.
  • Gedwongen tenuitvoerleggingen

    Een gedwongen tenuitvoerlegging is de handeling waarbij een gerechtsdeurwaarder zich bezit van een schuldenaar toe-eigent nadat een eisende partij een bevel tot inbezitneming van een rechtbank heeft verkregen. Op deze manier kan een schuldeiser zijn vordering uit alle bezittingen van de schuldenaar opeisen, waaronder uit diens rechten op merken.

    Een inschrijving van een gedwongen tenuitvoerlegging kan aangevraagd worden door:

    • de houder van het Uniemerk,
    • de begunstigde van de gedwongen tenuitvoerlegging,
    • een rechtbank of autoriteit.

    De vormvereisten waaraan het verzoek moet voldoen, hangen af van de persoon die het verzoek indient.

    Voor aanvragen tot inschrijving van gedwongen tenuitvoerleggingen moet de volgende aanvullende informatie worden verstrekt:

    • het inschrijvingsnummer van het Uniemerk of Gemeenschapsmodel;
    • naam, adres, en nationaliteit van de aanvrager en de staat waar deze zijn woonplaats, zetel of een vestiging heeft;
    • indien de begunstigde een vertegenwoordiger heeft aangewezen, de naam en het kantooradres van de vertegenwoordiger, ofwel het door EUIPO toegekende identificatienummer.

    Aanvragen tot aantekening van gedwongen tenuitvoerleggingen voor Uniemerken en Gemeenschapsmodellen kunnen zelfs in de aanvraagfase worden ingediend. Daarbij zijn dezelfde regels van toepassing.

  • Licenties

    Een merklicentie is een overeenkomst op basis waarvan de houder of aanvrager (hierna ‘de merkhouder’) van een merk (de licentiegever), met behoud van zijn eigendomsrechten, een derde (de licentiehouder) machtigt het merk in het economisch verkeer te gebruiken onder de voorwaarden die in de overeenkomst worden vermeld.

    Een licentie verwijst naar een situatie waarbij het recht van de licentiehouder op het Uniemerk uit een contractuele relatie met de merkhouder voortvloeit. Wanneer de merkhouder een derde toestemming geeft voor het gebruik van het merk of dit gedoogt, betekent dit niet dat er sprake is van een licentie.

    Optionele inhoud van het verzoek:

    • U moet aangeven of de in te schrijven licentie al dan niet exclusief is. Indien er sprake is van een verzoek tot inschrijving van een exclusieve licentie, moet er in dat verzoek een daartoe strekkende verklaring zijn opgenomen. Tenzij u anders hebt aangegeven, wordt de licentie als niet-exclusief beschouwd.
    • In het geval van een verzoek tot inschrijving van een licentie die beperkt is tot een deel van de waren en diensten, moet er worden aangegeven voor welke waren en diensten de licentie is verleend.
    • Indien er sprake is van een verzoek om de licentie als territoriaal begrensd in te schrijven, moet er worden aangegeven voor welk deel van de Europese Unie de licentie is verleend. Een deel van de Europese Unie kan bestaan uit één of meer lidstaten of één of meer administratieve districten binnen één lidstaat.
    • Indien er sprake is van een verzoek tot inschrijving van een licentie die voor een beperkte periode wordt verleend, moet de vervaldatum (en eventueel de ingangsdatum van de licentie) worden vermeld.
    • Indien de licentie wordt verleend door een licentiehouder wiens licentie al in het register van Uniemerken is ingeschreven, moet worden aangegeven dat het een verzoek om een onderlicentie betreft. Onderlicenties kunnen pas worden ingeschreven als de moederlicentie is ingeschreven.

    NB: Indien de aanvraag tot aantekening van wijziging alleen door de licentiehouder is ingediend, moet er bij de aanvraag een kopie van de licentieovereenkomst worden bijgesloten of ander bewijs dat de licentiegever met de aantekening van de licentie instemt.

    Doorhaling van een licentie

    De inschrijving van een licentie wordt op verzoek van een van de belanghebbende partijen, dat wil zeggen de aanvrager/houder van het Uniemerk of de ingeschreven licentiehouder, doorgehaald of gewijzigd.

    EUIPO zal de doorhaling, overgang en/of wijziging van een licentie of onderlicentie afwijzen als de hoofdlicentie niet in het register is ingeschreven.

    Als er een aantekening van de doorhaling van een licentie/onderlicentie wordt aangevraagd, moet de volgende informatie worden verstrekt:

    • het inschrijvingsnummer van het Uniemerk of Gemeenschapsmodel;
    • de bijzonderheden omtrent de door te halen licentie;
    • bewijsstukken waaruit blijkt dat het ingeschreven recht niet meer bestaat of een verklaring van de licentiehouder waarin deze met de doorhaling instemt.

    Aanvragen tot aantekening of doorhaling van licenties voor Uniemerken en Gemeenschapsmodellen kunnen zelfs in de aanvraagfase worden ingediend. Daarbij zijn dezelfde regels van toepassing.

    In het geval u een aanvraag tot aantekening van een licentie indient, moet u aanvullende documenten bijsluiten; deze kunnen via de Overige bijlagen van het aanvraagformulier worden verzonden.

  • Volledige en gedeeltelijke afstand

    De houder van een Uniemerk kan op ieder willekeurig moment na inschrijving ervan geheel of gedeeltelijk afstand van zijn merk doen. Van de afstand moet schriftelijk kennis worden gegeven aan EUIPO.

    Ook voor ingeschreven Gemeenschapsmodellen kan volledige afstand worden aangevraagd.

    Een afstand wordt pas juridisch van kracht op de datum van inschrijving in het register van Uniemerken.

    Als derden (zoals licentiehouders, pandhouders, etc.) ingeschreven rechten op het betreffende Uniemerk hebben, moet er aan enkele aanvullende voorwaarden worden voldaan voordat de afstand kan worden ingeschreven.

    Indien de merkhouder EUIPO echter aantoont dat de licentiehouder/pandhouder, etc. toestemming voor de afstand heeft gegeven, wordt de afstand onmiddellijk na ontvangst van deze mededeling ingeschreven.

    Indien de Uniemerkhouder enkel bewijs levert van het feit dat hij de licentiehouder/pandhouder in kennis heeft gesteld van zijn voornemen om afstand van het merk te doen, zal EUIPO de merkhouder informeren dat de afstand drie maanden na de datum waarop EUIPO de bewijsstukken heeft ontvangen, zal worden ingeschreven.

    Het recht van de houder op het ingeschreven Uniemerk en het recht van de licentiehouders en van alle andere houders van rechten op het merk komen ex nunc te vervallen met ingang van de datum waarop de afstand in het register wordt ingeschreven. Een afstand heeft dus geen terugwerkende kracht.

    Een afstand heeft procedurele en materiële gevolgen.

    Procedureel gezien houdt het Uniemerk op te bestaan als de afstand in het register is ingeschreven; alle procedures voor EUIPO waarbij het merk betrokken is, worden beëindigd. De materiële gevolgen van een afstand jegens derden bestaan erin dat de houder van het Uniemerk afstand doet van alle rechten die in de toekomst uit het merk voortvloeien.

    Er kan van een gedeelte van een Uniemerk afstand worden gedaan, dat wil zeggen van een deel van de waren en diensten waarvoor het merk is ingeschreven. Een gedeeltelijke afstand wordt pas van kracht op de datum waarop deze in het register wordt ingeschreven.

    Een gedeeltelijke afstand kan pas geaccepteerd worden als er met betrekking tot de waren en diensten aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:

    • de nieuwe formulering mag geen uitbreiding van de lijst van waren en diensten zijn;
    • de gedeeltelijke afstand moet een geldige beschrijving van de waren en diensten bevatten.
  • Insolventie

    De enige insolventieprocedures waarin een Uniemerk kan worden opgenomen, zijn procedures die zijn ingeleid in de lidstaat op het grondgebied waarvan het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is. Indien de schuldenaar echter een verzekeringsonderneming of kredietinstelling is zoals omschreven in respectievelijk Richtlijn 2001/17/EG24 en 2001/24/EG25, is de enige insolventieprocedure waarin een Uniemerk kan worden opgenomen, een insolventieprocedure die is ingeleid in de lidstaat waar die onderneming of instelling een machtiging heeft verkregen. Het 'centrum van de voornaamste belangen' moet overeenkomen met de plaats waar de schuldenaar op een regelmatige basis zijn belangen beheert en daardoor door derden achterhaalbaar is. in het geval van medehouderschap van een Uniemerk is het bovenstaande van toepassing op het aandeel van de medehouder.

    Onder 'insolventieprocedure' wordt verstaan een collectieve procedure die ertoe leidt dat de schuldenaar het beheer en de beschikking over zijn vermogen gedeeltelijk of geheel verliest en dat een curator wordt aangewezen. Een 'curator' wordt opgevat als een persoon of instelling die belast is met het beheer of de liquidatie van activa waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking is verloren of met het toezicht op het beheer van diens zaken. Een 'rechter' wordt opgevat als de rechterlijke of elke andere bevoegde instantie van een lidstaat die bevoegd is om een insolventieprocedure te openen of tijdens die procedure beslissingen af te geven. Een beslissing met betrekking tot het openen van een insolventieprocedure of het aanwijzen van een curator omvat tevens de beslissing van elke rechter die bevoegd is om een dergelijke procedure te openen of een curator aan te wijzen.

    Indien een Uniemerk betrokken is in een insolventieprocedure, kan de bevoegde nationale instantie verzoeken om hiervan een vermelding in het register op te nemen en deze in het Uniemerkenbulletin te publiceren. Het verzoek moet schriftelijk bij EUIPO worden ingediend. Hierover hoeven geen taksen te worden betaald.

  • Wijzigingen in het reglement voor het gebruik van collectieve Uniemerken

    Voor collectieve Uniemerken en Uniecertificeringsmerken moet verplicht een gebruiksreglement worden ingediend. Deze handeling stelt u in staat om het reglement indien nodig te wijzigen.

    De wijziging wordt niet in het register vermeld wanneer het gewijzigde reglement niet voldoet aan de vereisten van artikel 75, lid 2, van de Uniemerkenverordening (UMV), voor collectieve merken, en artikel 84 UMV, voor certificeringsmerken, of als er sprake is van een van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 76 UMV respectievelijk artikel 85 UMV.

    Zodra een wijziging van het reglement geaccepteerd is, wordt deze ingeschreven en bekendgemaakt.

  • Aanstelling, vervanging of doorhaling van ontwerper

    In aanvragen voor modellen kan de ontwerper of het team van ontwerpers worden vermeld. Het recht op naamsvermelding is niet aan tijd gebonden. Deze handeling stelt u in staat om de naamsvermelding te wijzigen.

    Een aantekening kan enkel worden aangevraagd door de houder of de vertegenwoordiger voor het model. Het model moet gepubliceerd (status A1) of in opschorting (status A2) zijn.

  • Overige aantekeningen

    Er bestaan nog andere, minder vaak gebruikte typen aantekeningen, zoals onderlicenties of wijziging van insolventie.

    Als u andere typen aantekeningen aanvraagt, is het doorgaans nodig aanvullende informatie te verstrekken ter ondersteuning van uw aanvraag; als u gevraagd wordt om bestanden te verstrekken, kunt u deze via Overige bijlagen van het aanvraagformulier verzenden.

Meest recente pagina 24-02-2018
Om uw gebruikerservaring op onze website te verbeteren, gebruiken we cookies. We maken ook gebruik van gegevensanalyse. Klik voor meer informatie
x